• Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Home
  • Wie zijn wij?
  • Categorieën
    • SCAD
    • Coronaire Vaatdisfunctie
    • Hartritmestoornis
    • VrouwenHart Professionals
    • VrouwenHart Cardiologen
    • Zwangerschap
    • Hartfalen
    • Kalender
  • VrouwenHart verhalen
  • VrouwenHart nieuws
  • Contact

Vrouwenhart

Alle informatie over het vrouwenhart in een oogopslag. We delen hier onze ervaringen maar ook onze kennis die we hebben opgedaan en nog dagelijks opdoen ten gevolge van hartproblemen. Onwetendheid kan een levensgroot gevaar betekenen voor vrouwen met hartproblemen. Wij zijn geen artsen maar evaringsdeskundigen en zo dient wat we hier plaatsen ook gelezen te worden.

Home » VrouwenHart nieuws » Vrouwenhartzorg die meebeweegt, een gesprek met Jeanine Roeters van Lennep

Vrouwenhartzorg die meebeweegt, een gesprek met Jeanine Roeters van Lennep

8 januari 2026 door Redactie RP Reageer

Over vrouwenhartgezondheid in elke levensfase, van zwangerschap en pre-eclampsie tot overgang en preventie.

Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep, internist vasculaire geneeskunde en sinds kort hoogleraar Cardiovasculaire Preventie met focus op sekse-specifieke factoren aan het Erasmus MC, werkt al jaren aan betere herkenning en preventie van hart- en vaatziekten bij vrouwen. In haar dagelijkse werk brengt ze patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs samen, met veel aandacht voor vrouwspecifieke risicofactoren zoals pre-eclampsie en hormonale levensfasen.

In dit interview deelt ze haar inzichten over vrouwen en hart- en vaatziekten. Ze vertelt over hoe het veld zich heeft ontwikkeld, over haar samenwerking binnen nationale en internationale netwerken, en over haar visie op een toekomst waarin sekse- en gendersensitieve zorg vanzelfsprekend én holistisch is.

Ook gaat ze in op familiaire hypercholesterolemie (FH) bij vrouwen, de impact van zwangerschap op het latere cardiovasculaire risico, en het belang van geïntegreerde zorg die vanaf het begin rekening houdt met sekse-specifieke factoren.

Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep:
“Ik hoop vooral dat vrouwengezondheid holistisch wordt benaderd. Dat vind ik belangrijk, omdat ik niet wil dat er weer nieuwe silo’s ontstaan.”
Interview, 10 december 2025, Stichting VrouwenHart.
Jeanine Roeters van Lennep

Laten we bij het begin beginnen. Hoe ben je ooit in de vrouwengezondheid terechtgekomen?

Dat begon eigenlijk al heel lang geleden, tijdens mijn studententijd. Mijn vader, die cardioloog was, had een artikel gelezen waaruit bleek dat vrouwen met een hartziekte vaak niet goed werden herkend. Ze kregen hun eerste onderzoek pas in een verder stadium van ziekte, en werden minder vaak verwezen voor behandelingen of operaties. Hij vroeg zich af of dat bij zijn eigen patiënten ook zo was.

Ik had in die tijd een vakantiebaantje waarin ik de database van zijn patiënten en die van zijn collega’s bijhield. Ik heb toen onderzocht hoe het daar zat. Het was een studentenonderzoekje, en uit onze gegevens bleek dat dit daar niet het geval was. Maar het onderwerp bleef wel hangen.

Ik heb daarna contact gezocht met een hoogleraar in Leiden, waar ik toen studeerde, om het op te schrijven. Dat werd mijn eerste artikel. Vervolgens ben ik allerlei andere dingen gaan onderzoeken over verschillen tussen vrouwen en mannen. In 2001 ben ik gepromoveerd, toen ik 24 was en nog midden in mijn studie.

Sindsdien heb ik altijd interesse gehouden in vrouwen en hart- en vaatziekten.

Als je kijkt naar zo’n tien jaar geleden, hoe werd er toen gekeken naar vrouwengezondheid en het vrouwenhart? En wat zie jij als de belangrijkste vooruitgang sindsdien?

Het werd echt heel lang gezien als een nichegebied. Als je je binnen de hart- en vaatziekten met vrouwen bezighield, werd dat bijna als iets geks gezien. De ene deed dit, de andere dat, en ik richtte me dan op vrouwen.

Maar vanuit de maatschappij werd steeds vaker geroepen om vrouwen en vrouwengezondheid serieus te nemen. In de loop van de tijd is er daardoor steeds meer ‘mainstreaming’ gekomen. Het onderwerp is nu iets waar de gezondheidszorg en onderzoekers eigenlijk niet meer omheen kunnen.

Dat is echt een verandering die ik heb zien gebeuren.

Als je terugkijkt, was er een moment waarop je besefte hoe diep sekse- en genderverschillen in de zorg verweven zijn, zo’n inzicht dat je blik blijvend veranderde?

Ja. Toen ik in 2010 internist werd en in het Erasmus MC kwam, wilde ik graag de wetenschap dat vrouwen die pre-eclampsie hebben gehad een hoger risico hebben op hart- en vaatziekten, omzetten naar de praktijk. Ik dacht: als we dat allemaal weten, waarom bieden we die vrouwen dan geen nazorg aan?

Samen met een collega-gynaecoloog hebben we toen een poli opgezet voor vrouwen met ernstige pre-eclampsie. We dachten: misschien komt er helemaal niemand op die poli, want deze vrouwen zijn bevallen en ziek geweest, en dit is preventie. Maar we hebben alle vrouwen uit het Erasmus MC uitgenodigd.

We werden toen uitgenodigd voor een televisieprogramma waar één van onze patiënten kwam praten over de na-effecten van pre-eclampsie. De volgende dag stonden de telefoons roodgloeiend, werd me verteld. Ik dacht eerst dat ze een grapje maakten. Maar het was echt zo.

Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep:
“Deze vrouwen waren allemaal naar huis gestuurd met het idee: je bent bevallen en het is klaar. Maar niemand had hen verteld dat dit ook een risico is voor hart- en vaatziekten later.”
Over nazorg na pre-eclampsie, interview 10 december 2025.

Toen realiseerde ik me hoeveel impact een zwangerschap heeft. Deze vrouwen waren allemaal naar huis gestuurd met het idee: je bent bevallen en het is klaar. Maar niemand had hen verteld dat dit ook een risico is voor hart- en vaatziekten later. Dat was voor mij echt een besefmoment. Het liet zien hoeveel we missen in de zorg, juist doordat er zoveel silo’s zijn. De gynaecoloog denkt aan de baby en de zwangerschap, wat het betekent voor andere gezondheidsdomeinen krijgt vaak geen plek.

En toen gebeurde er nog iets. Op een gegeven moment kwamen vrouwen uit heel Nederland naar onze poli. Dat kon natuurlijk niet, zo organiseer je de zorg nooit duurzaam. Daarom hebben we, samen met gynaecologen, cardiologen en internisten richtlijnen gemaakt voor cardiovasculaire nazorg voor vrouwen die hoge bloeddruk in de zwangerschap doormaakten.

We hadden dat eerder al eens geprobeerd, maar toen stonden huisartsen er totaal niet voor open. Begrijpelijk, want huisartsen hebben het al zo druk. Uiteindelijk is het toch gelukt en hebben we de meeste vrouwen die naar de FUPEC kwamen kunnen terugverwijzen naar de huisarts.

Om deze zorg structureel te organiseren wordt dit binnen het PROACTIVE-consortium nu ook breder uitgerold, zodat steeds meer vrouwen op de juiste plek de juiste nazorg krijgen. Een prachtige ontwikkeling.

Je bent onlangs benoemd tot hoogleraar Cardiovasculaire Preventie met focus op sekse-specifieke factoren, van harte gefeliciteerd. Wat betekent deze leerstoel voor jou persoonlijk én voor het veld?

Dank je wel. Mooie vraag. Voor mij persoonlijk betekent het aan de ene kant niet zo heel veel, want ik doe nog steeds hetzelfde als voor mijn benoeming. Het is niet zo dat mijn werk nu volledig anders wordt. Aan de andere kant is zo’n leerstoel wel een academische waardering: een erkenning voor wat je hebt gedaan en voor wat je nog gaat doen. Dat is belangrijk, en het voelt ook goed dat dit op deze manier wordt beloond.

Zo’n leerstoel kan ook nieuwe deuren openen. Het is toch net anders wanneer je ergens binnenkomt als hoogleraar, dat geeft weer andere mogelijkheden. Ik ben benieuwd hoe dat zich gaat ontwikkelen.

Voor het vakgebied zelf is het óók heel belangrijk. Dit is de hoogste academische erkenning die je kunt krijgen binnen een vakgebied. Daarmee laat je zien dat preventie ertoe doet, dat het niet alleen gaat om mensen beter maken, maar ook om te voorkomen dat ze ziek worden. En dat de verschillen tussen vrouwen en mannen echt erkend worden en een plek horen te hebben.

Het heeft daarnaast maatschappelijke impact. In dit geval laat het Erasmus MC zien dat het dit onderwerp belangrijk vindt en dat het strategisch ingebed wordt. Dat is een duidelijke boodschap.

En er is nog iets: het is ook belangrijk dat ik als vrouw ben benoemd. Volgens de recente monitor vrouwelijke hoogleraren is er nog steeds veel te winnen, zeker binnen de UMC’s. Het Erasmus MC zit daar nu nog onder de grens van 30%. Dus ook daarom vind ik het waardevol om op deze manier hopelijk de weg te openen voor de generatie die na ons komt.

Je werkt met veel verschillende collega’s en centra binnen vrouwengezondheid. Wie vormen voor jou de kern van dat netwerk, en wat maakt die samenwerking zo waardevol?

Ook een hele mooie vraag. We hebben in Nederland een heel mooi netwerk op dit gebied. We proberen echt allemaal met elkaar samen te werken, binnen het Erasmus MC, in Nederland en ook internationaal. Het loopt allemaal steeds meer in elkaar over.

In het Erasmus MC heb ik samen met Hanneke Takkenberg en Greet Vink het Netherlands Women’s Health Research & Innovation Center. Dat richt zich op onderzoek en innovatie voor vrouwengezondheid in de breedste zin van het woord. Sinds we dat centrum hebben geopend, is er zóveel op ons afgekomen. Dat is heel mooi om te zien.

Op het gebied van hart- en vaatziekten werk ik veel samen met professor Eric Boersma. Het is belangrijk dat ook mannen zich hiervoor hardmaken. Hij was één van de ‘principal investigators’ van het IMPRESS-consortium, dat vanuit de Hartstichting is gefinancierd om onderzoek te doen naar vrouwen en hart- en vaatziekten. En hij is gewoon een heel goede onderzoeker, goede onderzoekers zien dat dit belangrijk onderzoek is.

Verder werk ik veel samen met professor Maryam Kavousi, hoogleraar cardio-populatie-epidemiologie. Zij is hoofd van het cardiovasculaire deel van de Rotterdam Studie, een grote populatiestudie waarin vrouwen en mannen heel lang worden gevolgd. Maryam heeft ervoor gezorgd dat daar ook vrouwspecifieke vragen en metingen in zijn opgenomen.

Ik werk ook samen met professor Antoinette Maassen van den Brink. Zij doet preklinisch onderzoek naar migraine en de invloed van oestrogeen. Migraine komt vaker voor bij vrouwen, vooral in de reproductieve periode, en dat heeft vaak met de cyclus te maken. Daarnaast werk ik ook veel samen met de apotheek, professor Hugo van der Kuy. Er is nog zoveel onderzoek naar nodig hoe met name geneesmiddelen zo doelmatig mogelijk kunnen worden ingezet, vrouw/man verschillen in werking en bijwerking van geneesmiddelen etc. etc.

Buiten het Erasmus MC werk ik samen met mensen zoals professor Hester den Ruijter, professor Angela Maas, dr. Yolanda Appelman en dr. Sanne Peters. En er zijn nog veel meer onderzoekers buiten deze centra die zich met gender bezighouden, met een frisse blik. Het is een enorm netwerk, en het verschuift telkens een beetje afhankelijk van welke vraag er speelt.

We proberen zoveel mogelijk al die vakgebieden met elkaar te verbinden. Het gaat over mentale én fysieke gezondheid, over menopauze, over hart- en vaatziekten. Dat maakt het ontzettend waardevol om samen te werken. En als vrouw vind ik het prachtig om te zien hoe dit zich als een inktvlek uitbreidt.

Je gaf het net ook al aan, je werkt niet alleen in Nederland maar ook internationaal. Je bent al lange tijd actief binnen de European Atherosclerosis Society. Wat betekent die internationale samenwerking voor jou, en welke inzichten neem jij daaruit mee terug naar je werk in Nederland?

Ja, dat gaat eigenlijk allebei de kanten op. De European Atherosclerosis Society is een hele mooie wetenschappelijke vereniging. Ze zijn allang niet meer alleen Europees, maar hebben ook veel contacten in bijvoorbeeld Zuid-Amerika en Azië. Het is een vereniging waarin zowel klinische onderzoekers als meer fundamentele onderzoekers samenwerken.

Wat ik daar heel mooi aan vind, is dat je ziet hoeveel interesse er is voor dit onderwerp. Dat geeft kansen om onderwijs te maken, bijvoorbeeld over vrouwen en hart- en vaatziekten. Zo hebben we met vijftien vrouwelijke onderzoekers een ‘call to action’ geschreven, die is gepubliceerd in European Heart Journal, één van de belangrijkste tijdschriften in ons vakgebied.

Redactie Stichting VrouwenHart: Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep verwijst in dit interview naar een internationale ‘call to action’ van de European Atherosclerosis Society (EAS), gepubliceerd in European Heart Journal. Lees het artikel hier: Women, lipids, and atherosclerotic cardiovascular disease: a call to action from the European Atherosclerosis Society. In dit statement pleiten de auteurs voor meer structurele aandacht voor vrouwen in onderzoek, richtlijnen en onderwijs rond lipiden en atherosclerotische hart en vaatziekten, zodat preventie en behandeling beter aansluiten op vrouwen in elke levensfase.

Daarnaast heb ik mee mogen organiseren aan het wetenschappelijke programma van het congres. Daar kon ik ook een hele sessie over vrouwen en hart- en vaatziekten op het plenaire programma krijgen. Dat is best uniek, want vaak zijn dit soort onderwerpen parallelle sessies, in kleine zalen, voor mensen die het onderwerp al kennen. Juist door het plenair te brengen, bereik je ook mensen die daar misschien niet vanzelf naartoe zouden gaan. Dat is echt bijzonder.

Die ervaringen neem ik weer mee terug. Want als je ziet dat het daar kan, dan moet het hier ook mogelijk zijn. Tegelijkertijd moet er wel iemand zijn die zich daar steeds weer hard voor maakt. En dat hebben zij dan weer aan mij. Ik blijf het daar telkens opnieuw op de agenda zetten, en dat is ook gewoon heel leuk om te doen.

Het is bovendien bijzonder om in het bestuur te komen, je moet echt gekozen worden door de leden. Dat is niet eenvoudig. Een van mijn meest intensieve samenwerkingspartners komt uit Noorwegen, Kirsten Holven. Met haar werk ik heel veel samen. Zij zit ook in dat bestuur. Zo trek je elkaar er ook weer in mee en zorg je dat dit onderwerp op de agenda blijft staan.

En ook heel belangrijk, je bent lid van de Guideline Development Group bij de WHO voor de nieuwe mondiale dyslipidemierichtlijnen. Wat betekent die rol voor jou, en welke impact verwacht je dat deze richtlijnen wereldwijd zullen hebben?

Ik was eerder voorzitter van de meest recente Europese dyslipidemie richtlijnen. Maar deze groep is anders: daar komen mensen van overal vandaan. En ik verwacht dat je met zo’n bredere blik veel beter rekening kunt houden met landen waar gewoon veel minder te besteden is.

In Europa kijken we vaak naar wat er gepubliceerd is en wat we allemaal kunnen voorschrijven. Maar als je praat met mensen uit landen waar het gezondheidszorgbudget veel beperkter is, dan moet je echt scherper gaan nadenken: moet dit nou wel echt, en wat zijn nou de belangrijkste dingen? Als je keuzes moet maken, waar zet je dan op in?

Ook om te horen hoe lage- en middeninkomenslanden het aanpakken, vergeleken met wat wij nu in Europa doen, waar veel meer mogelijk is, al weet je natuurlijk nooit hoe dat in de toekomst is.

Ik ben heel benieuwd wat eruit gaat komen, en ook waar wij weer van kunnen leren. Want uiteindelijk zullen wij ook keuzes moeten gaan maken.

En er is nog iets wat ik belangrijk vind: soms heb je het idee, en dan praat ik even als arts, dat als je iets meer tijd neemt voor je patiënten en iets meer uitlegt, je meer kunt bereiken. Dat mensen hun medicijnen ook echt innemen, in plaats van dat je alleen maar voorschrijft. Want alleen voorschrijven werkt soms niet.

Goede informatie over medicijnen is daarin ook belangrijk. Online is er veel misinformatie, bijvoorbeeld over statines. Dat zijn eigenlijk hele veilige medicijnen en ze zijn ook heel goedkoop, maar doordat ze zo’n slechte naam hebben, willen mensen ze niet innemen. En dan krijgen ze misschien vaker dan strikt nodig is duurdere medicijnen. Als je dan praat over landen waar die mogelijkheden er gewoon niet zijn, dan wordt dat nog relevanter. Dat vind ik interessant.

En als we dan van die internationale richtlijnen en lipidenzorg even inzoomen op de dagelijkse praktijk. In mijn gesprek onlangs met Albert Wiegman ging het vooral over FH bij kinderen en families. Met jou wil ik graag kijken hoe FH, Lp(a) en lipidenzorg bij vrouwen eruitziet binnen de volwassenenzorg.

Presenteert FH zich anders bij vrouwen dan bij mannen? En zijn er misverstanden of blinde vlekken rond FH bij vrouwen?

Ja, en misschien is het wel interessant om te noemen dat ik zowel kinderen als volwassenen met FH behandel. Ik doe dus familiezorg. Dat betekent dat ik kinderen samen met hun ouders behandel. Die ouders moeten toch rijden, mee, alles organiseren. En als kinderen alleen FH hebben en verder geen andere aandoeningen, dan voel ik me daar heel capabel in. Dat is ook wel leuk, ja, hartstikke leuk.

Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep:
“Je moet mannen met FH vergelijken met mannen zonder FH, en vrouwen met FH vergelijken met vrouwen zonder FH.”
Over FH en risico-inschatting, interview 10 december 2025.

Er zijn wel misconcepties. Bijvoorbeeld: in een familie zijn het vooral mannen die hart- en vaatziekten hebben gehad. En dan kunnen familieleden denken: oh ja, maar alleen de mannen zijn aangedaan en de vrouwen niet. Nou, dat is een misverstand. Dat klopt gewoon niet. Dat kan natuurlijk in een individuele familie zo zijn, maar als je naar het grote plaatje kijkt, klopt dat niet.

En hoe je het moet zien, dat is misschien ook wel interessant, is dat zeker vóór de menopauze het risico om hart- en vaatziekten te krijgen bij mannen hoger is dan bij vrouwen. Maar als je kijkt naar de impact van FH, dan moet je niet mannen met FH met vrouwen met FH vergelijken. Je moet mannen met FH vergelijken met mannen zonder FH, en vrouwen met FH vergelijken met vrouwen zonder FH.

Dan zie je: mannen met FH hebben een hoger risico. Maar als je vrouwen met FH vergelijkt met vrouwen zonder FH, dan hebben vrouwen met FH een nog veel hoger risico om hart- en vaatziekten te krijgen. Dus uiteindelijk heeft FH meer impact bij vrouwen dan bij mannen.

Hoe kijk jij naar die vrouwspecifieke fases bij FH, zoals zwangerschap, menopauze, medicatiepauzes bij kinderwens en borstvoeding? Ik begrijp dat de FDA de sterkste waarschuwing van statines eraf heeft gehaald om het gesprek mogelijk te maken. ‎‎

Het gaat hierbij vooral om het mogelijke verhoogde risico op aangeboren afwijkingen. Samen met mijn Noorse collega’s, met Kirsten, hebben we gekeken: als vrouwen statines gebruiken in de zwangerschap, vergeleken met vrouwen die op tijd gestopt zijn, zie je dan meer aangeboren afwijkingen? Dat zagen we niet. En dat is ook niet het eerste onderzoek dat dat laat zien.

We hebben ook een meta-analyse gedaan, waarin we alle andere studies die hiernaar hebben gekeken in kaart hebben gebracht. En ook daar zie je geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Dat was voor de FDA, nog vóórdat onze studie uitkwam, al de reden om te zeggen: als de voordelen opwegen tegen de nadelen, dan kun je doorgaan met statines tijdens de zwangerschap.

Deze bevindingen hebben het gesprek over statines rond zwangerschap verder geopend. We hopen dat dit ook in Europa kan leiden tot meer ruimte voor een zorgvuldige afweging, maar dat is nog in ontwikkeling.

Tegelijkertijd is het ingewikkeld. Ook als je objectief weet dat er geen verhoogd risico is op aangeboren afwijkingen of miskramen, er is natuurlijk altijd een kans dat iemand een miskraam krijgt, of dat een kindje een aangeboren afwijking heeft. En als er dan nog steeds op het label staat ‘niet gebruiken in de zwangerschap’, en iemand krijgt een miskraam of een kindje met een aangeboren afwijking terwijl ze statines heeft gebruikt, dan is dat heel verdrietig. En dan kan dat gevoel ontstaan: had ik die medicijnen maar niet moeten nemen. Daarom adviseer ik zelf nog niet om vrouwen zomaar door te laten gebruiken in de zwangerschap.

Soms heb je uitzonderingen. Bijvoorbeeld bij vrouwen die heel lang bezig zijn om zwanger te worden en die ook echt een heel hoog cholesterol hebben. In dat soort gevallen leg ik uit hoe belangrijk het is om cholesterolverlagende medicatie te gebruiken, en bespreek ik ook de zorgen die er zijn over lang stoppen. Dan weeg je samen: wat zijn de voordelen, wat zijn de nadelen van het stoppen versus doorgebruiken van statines?

Want het is ook een tegenstrijdige boodschap. Aan de ene kant benadruk je: dit is belangrijk, om je cholesterol verlagen. En op het moment dat je een zwangerschapswens hebt, wordt gezegd: stop maar, en je hoeft pas weer terug te komen als je klaar bent met borstvoeding. In sommige gevallen, in overleg, herstarten we statines wel tijdens de zwangerschap als alles is aangelegd, maar dat is echt op individuele basis.

En het langdurig stoppen heeft mogelijk ook een langere termijn risico. We denken dat het hogere risico dat vrouwen met FH hebben ten opzichte van vrouwen zonder FH, hier ook mee te maken kan hebben: met die periodes waarin vrouwen stoppen. Hoe meer kinderen je krijgt, hoe langer je niet behandeld bent geweest. En dat kan later in het leven meetellen. Een vrouw die meerdere kinderen krijgt, kan soms pas op haar 38e of 39e weer starten met statines, terwijl ze in de tussentijd meerdere periodes van hoge cholesterolwaarden heeft gehad, ook tijdens de zwangerschappen zelf. Dat is een extra blootstelling aan hoog cholesterol vergeleken met een man van dezelfde leeftijd die gewoon doorbehandeld wordt.

En als je terugkijkt op de afgelopen decennia: hoe zijn onze inzichten rondom cholesterolwaarden, de rol van statines en risicobeoordeling bij vrouwen veranderd?

Er spelen heel veel dingen door elkaar. Aan de ene kant heb je het zwangerschapsverhaal dat we net bespraken, en wat dat doet met behandeling. Maar daarnaast zie je ook dat er in de afgelopen, nou ja, misschien wel langer dan tien jaar, een soort cholesterolscepsis is opgetreden. In Nederland heb je dan Radar, en je ziet dat ook in andere landen.

Dan gaat het ineens over vragen als: is cholesterol wel een risicofactor? Dat speelt zelfs op het gebied van FH, wat natuurlijk heel vreemd is. En dan komt er ook bij: moet je dat cholesterol wel behandelen, of krijg je niet alleen maar bijwerkingen van statines? Terwijl wij vanuit de medische bewijsvoering juist steeds weer weten dat het wél zo is, en dat het ook voor vrouwen van belang is.

Aan de andere kant merk ik dat behandeling bij vrouwen in de klinische praktijk daardoor wel steeds lastiger is geworden, en ook later op gang komt. Omdat er steeds meer vrouwen zijn die zeggen: ja, maar ik lees ook andere verhalen, en wetenschap wordt dan gezien als “ook maar een mening”.

Ik heb vrouwen gehad die, ondanks alles wat ik uitleg en alles wat ik probeer, toch besluiten om geen statines te gebruiken. En dan zoeken ze hun heil in het alternatieve circuit. Dat is natuurlijk verdrietig. Dan denk ik: er is jarenlang zoveel onderzoek gedaan en dat wordt met 1 influencer van tafel geveegd.

En als je dan kijkt naar alle voedingssupplementen, en alles wat er geroepen wordt over cholesterolverlaging, van kurkuma tot kaneel tot knoflook en noem maar op, zoals rode gist rijst dat doet wel iets, maar het is gewoon niet even effectief. In Europa mag je bijvoorbeeld niet meer dan 3 milligram monacoline K in rode gist rijst hebben omdat hogere doseringen gevaarlijk kunnen zijn terwijl dat veel te weinig is om echt effect te hebben.

Het lijkt alsof er weer een kloof ontstaat tussen de bubbel van ons als medische professionals en de bubbel van de patiënt. Daar maak ik me echt zorgen over. En dat speelt, in mijn ervaring, meer bij vrouwen dan bij mannen.

En dan wil ik heel kort nog even inzoomen op Lp(a), want daar horen we nu de laatste tijd steeds meer over, en welke rol zie jij voor verhoogd Lp(a) bij vrouwen, en vooral bij onbegrepen of vroege hart- en vaatziekten?

In de nieuwe richtlijn wordt ook gezegd dat iedereen één keer in het leven Lp(a) zou moeten laten meten. Dat is eigenlijk al een belangrijke stap.

De vraag is dan natuurlijk: waar leg je de grens? We hebben nu een beetje de grens gelegd bij de bovenste twintig procent van de bevolking, en vanaf dat punt noemen we het hoog. Maar daarbinnen geldt ook: hoe hoger, hoe hoger het risico.

Lp(a) is een onafhankelijke risicofactor. Dat betekent dat het er echt bovenop komt, naast cholesterol, roken en andere risicofactoren. In die zin is het heel goed om te weten. Vooral bij mensen waarbij je twijfelt: ga ik ze nou wel of niet behandelen, bijvoorbeeld met statines? Dan kun je Lp(a) meenemen als extra risicofactor. Dat noemen we dan een ‘risk enhancer’: iets wat het risico zwaarder maakt en wat kan meewegen in je besluitvorming.

Op dit moment kun je Lp(a) zelf nog niet behandelen. De studies daarnaar verwachten we begin volgend jaar, dus daar kijken we echt heel erg naar uit, wat daaruit gaat komen. Maar we weten wel dat als je de andere, beïnvloedbare risicofactoren laag houdt, je het totale risico kunt verlagen. En daar gaat het uiteindelijk om.

Daarom zeg ik ook altijd: mensen die zeggen ‘waarom zou ik het laten bepalen, want ik kan er toch nog niks mee?’, daar ben ik het niet mee eens. Je kunt er nu al heel veel mee.

Alles wat we net besproken hebben, raakt uiteindelijk ook hoe we opleiden en trainen. Hoe zie jij de huidige aandacht voor het vrouwhart in de geneeskundeopleiding en welke ontwikkelingen zouden volgens jou nodig zijn?

Ook weer een leuke vraag. Ik denk dat dit gewoon onderdeel moet zijn van de opleiding, en eigenlijk heel breed. Het gaat over verschillen tussen vrouwen en mannen: wat is specifiek voor vrouwen, maar óók wat specifiek is voor mannen. We hebben het nu vaak over vrouwen en hart- en vaatziekten en hun risicofactoren, maar er zijn ook risicofactoren bij mannen die belangrijk zijn en die vaak vergeten worden.

Denk bijvoorbeeld aan mannen met een tekort aan testosteron. Of aan mannen die niet het gebruikelijke X Y-chromosoom hebben, maar XXY, een chromosomale afwijking, en die ook een verhoogd risico hebben. Of mannen met erectiele disfunctie, dus impotentie. Dat zijn allemaal signalen die ertoe doen.

Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep:
“Het gaat erom dat je leert onderscheid maken: wat is hetzelfde bij mannen en vrouwen, en wat is verschillend?”
Over onderwijs en het medisch curriculum, interview 10 december 2025.

Het gaat erom dat je leert onderscheid maken: wat is hetzelfde bij mannen en vrouwen, en wat is verschillend? En dat je dat ook meeneemt in het medisch curriculum. Dat je studenten leert om zich altijd af te vragen: zou dit voor vrouwen en mannen hetzelfde zijn, of juist verschillend?

En vooral bij vrouwen komt daar nog iets bij. Het gaat heel erg over verbanden. Aandoeningen die je misschien eerst ziet als iets van één orgaan, zoals een baarmoederaandoening als endometriose, hebben ook weer invloed op de bloeddruk en op hart- en vaatziekten. Dus het is belangrijk dat geneeskunde minder wordt gezien als losse orgaansystemen, en dat die verbanden beter worden gezien.

Je werkt ook mee aan initiatieven zoals de mobiele brigades en projecten met de Hartstichting. Hoe dragen die volgens jou bij aan betere herkenning en zorg voor vrouwen?

Ja, ik denk dat het juist het mooie is om met heel veel stakeholders samen te werken, en zo ook met Stichting VrouwenHart, om via verschillende wegen die kennis over vrouwen en hart- en vaatziekten naar voren te laten komen.

Want kijk, in mijn spreekkamer zie ik natuurlijk maar een topje van de ijsberg. En daar zie ik mensen maar vijftien minuten. En ik zit daar in mijn witte jas. Dat is aan de ene kant een voordeel: die omstandigheden kun je ook gebruiken om wat meer invloed te hebben. Bijvoorbeeld als ik tegen vrouwen die roken zeg: weet je wel, roken is nog slechter voor vrouwen dan voor mannen.

Maar aan de andere kant zijn ervaringsdeskundigen, zoals dat tegenwoordig heet, superbelangrijk. Want zij kunnen vrouwen op een andere manier informeren, en juist vanuit hun waardevolle ervaringen.

En met de Hartstichting: dat heeft ook te maken met een brug. Een brug tussen zorgverleners en onderzoekers, maar ook met beleidsmakers. Dus ook op die manier is zo’n netwerk ontzettend belangrijk, en daar kan iedereen weer zijn bijdrage aan leveren.

Welke rol zie jij voor Stichting VrouwenHart binnen dat landschap?

Ja, dat is ook heel interessant. Aan de ene kant is er die ervaringsdeskundigheid. We merken nog heel vaak dat vrouwen willen horen dat ze niet de enigen zijn. Dat merkten we ook heel sterk bij vrouwen die pre-eclampsie hebben gehad: daar speelde dat enorm. Vrouwen vonden het heel fijn om te horen: oh, ik sta niet alleen.

Daarnaast is er ook die rol in het geven van input. Dat loopt vaak via de Hartstichting, maar als wij onderzoeken ontwerpen, dan doe ik dat ook vaak samen met bijvoorbeeld Caroline Verhage van jullie stichting. Dan testen we vragenlijsten of andere dingen eerst bij vrouwen in jullie achterban, voordat we het groots uitzetten. We vragen dan: wat kunnen we verbeteren? Zodat die vragen aansluiten op de belevingswereld van vrouwen. En dat je dus onderzoek maakt dat aansluit bij de ‘gaps in knowledge’, bij de vragen die vrouwen zelf willen weten.

En dan is er ook nog de verspreiding. Als er onderzoek is gedaan, dan willen wij dat natuurlijk in een wetenschappelijk artikel zetten of op een congres presenteren. Maar ik vind het ook heel belangrijk dat alle vrouwen in Nederland, en eigenlijk ook daarbuiten, weten wat er allemaal gebeurt. Want er zijn heel veel vrouwen die super geïnteresseerd zijn in alle ontwikkelingen.

Je hebt veel jonge onderzoekers opgeleid, onder wie Marte van der Bijl. Wat betekent het voor jou dat deze nieuwe generatie het veld verder vormgeeft?

Dat vind ik fantastisch. Ik vind het ook heel leuk om jonge onderzoekers met hun promoties te begeleiden, en om ze ook te interesseren voor dit vakgebied. Janneke Mulder en Julianne van Oortmersen hebben de afgelopen jaren heel veel nieuwe kennis gegenereerd over vrouwen en hart- en vaatzieken, in het bijzonder over FH.

En om dan te zien hoe enthousiast ze zijn, en ook creatief, en dat we samen allerlei onderzoeken verzinnen en ontwerpen, ja, dat is fantastisch. Daar word je echt blij van, en ook trots.

En andersom: wat brengen zij jou? Wat heb jij zelf geleerd van de studenten en promovendi met wie je werkt?

Wat ik van studenten en promovendi met wie ik werk leer, is vooral die creativiteit. Op dit moment is Marte bijvoorbeeld bezig met een soort deepfake-video’s, samen met een AI bedrijf, echt superleuk. Dan denk ik: dat begon als een idee, maar ze heeft dat helemaal zelf uitgewerkt. Zij kijkt bijvoorbeeld naar de vraag of het uitmaakt hoe je wordt gevraagd om mee te doen aan onderzoek, en door wie: door een man of een vrouw, of door iemand die meer ‘verpleegkundig’ is of meer ‘dokterstype’. En ook of het op een bepaalde manier wordt gevraagd. Om dat allemaal uit te testen. Ik vind het gewoon leuk dat je iemand hebt die zo’n idee heeft, en dat dan helemaal verder brengt.

Ik vind het superleuk dat mensen zelf een idee hebben en gewoon hun gang gaan. Dat ze niet constant alles aan mij hoeven te vragen. Dat vind ik echt leuk.

En in datzelfde licht, wat heeft jou in de samenwerking met Stichting VrouwenHart het meest geraakt of geïnspireerd?

Nou ja, ik vind het dus echt heel knap hoe dat allemaal is opgezet. Want als ik het goed begrijp is Caroline daar toen mee begonnen, en nu is er ook die samenwerking met FH Europe Foundation.

Ik vind het mooi hoe jullie patiënten een stem geven. En ook hoe jullie altijd die samenwerking zoeken met zorgprofessionals en onderzoekers, zodat de dingen die wij doen weer kunnen worden uitgedragen binnen de doelgroep. Want Stichting VrouwenHart heeft toch ook wel een heel mooi netwerk, en een manier om kennis te verspreiden.

En ik ben ook echt onder de indruk van hoe jullie dat doen met interviews en met social media. Dat is echt fantastisch.

Voordat we afronden, wil ik je ook graag iets persoonlijkers vragen. Wat geeft jou, naast je werk, echt energie of ontspanning?

Wat ik heel erg leuk vind, en ook echt heerlijk vind, is even zwemmen. Ik heb een soort zwemclubje. Dat is helemaal niet formeel of met vaste dagen of zoiets, het is gewoon een appje: wie gaat er mee zwemmen? En dan gaan we.

We zwemmen de hele winter door, in de Kralingse Plas of in het Kralingse zwembad, dus vlakbij. Vanavond ga ik ook weer even zwemmen. Het water is natuurlijk wel koud, dus je kunt er niet zo heel lang in.

Maar het is zó heerlijk om na een hele dag hard gewerkt te hebben, met al dat geroep en die opsommingen, even dat water in te gaan. En het is ook gewoon supergezellig. Het kost ook helemaal niet veel tijd, want het is aan het eind van de straat.

Het is echt zo’n momentje waarop je even ontspant. Ik kom daar helemaal blij van terug.

En tot slot, als jij vooruitkijkt. Waar zou jij willen dat we over vijf jaar staan als het gaat om gendersensitieve zorg?

Er zijn hier voorbereidingen voor een nieuw consortium voor vrouwen en hart- en vaatziekten. Ik denk dat dat iets is wat moet blijven, dat het op de agenda blijft staan. Sowieso bij de Hartstichting, maar ook breder.

En ik hoop vooral dat vrouwengezondheid holistisch wordt benaderd. Dat vind ik belangrijk, omdat ik niet wil dat er weer nieuwe silo’s ontstaan. Hier wordt vaak onderscheid gemaakt tussen ‘vrouwspecifiek’ en ‘vrouw-sensitief’, en daar ben ik echt helemaal allergisch voor. Ik denk: we hebben het over vrouwen, en bij vrouwen is alles met elkaar verbonden.

Wat ik ook hoop, al weet ik niet of het over vijf jaar al zover is, is dat het helemaal geïntegreerd is in de zorg. Zelf ben ik gewend om altijd te vragen naar de menstruele cyclus, en of een vrouw in de overgang is. Hoe mooi zou het zijn als dat ook bij andere zorgverleners vanzelfsprekend wordt.

En ik hoop dat we er ook in de diagnostiek rekening mee houden. Dat er niet alleen wordt gevraagd: ben je nuchter als je bloedonderzoek laat doen, maar ook: waar sta je in je cyclus? Ben je in de menopauze? Ben je zwanger op dat moment?

Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep:
“Hoe mooi zou het zijn als vragen over cyclus, overgang en zwangerschap voor alle zorgverleners vanzelfsprekend worden?”
Over de toekomst van gendersensitieve zorg, interview 10 december 2025.

Dat willen we nu ook gaan uittesten. Dat is nog best ingewikkeld, je ziet hoe moeilijk dat kan zijn. Maar ik hoop dat we over een paar jaar in ieder geval al verder zijn, en dat het uiteindelijk gewoon helemaal geïntegreerd is in de gezondheidszorg. Dat de gezondheidszorg inderdaad sekse- en genderspecifiek is.

Over Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep

Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep is hoogleraar Cardiovasculaire Preventie met focus op sekse-specifieke factoren aan het Erasmus MC in Rotterdam. Haar interesse in vrouwengezondheid begon tijdens haar studententijd, toen ze onderzoek deed naar verschillen in behandeling tussen mannelijke en vrouwelijke hartpatiënten. In 2001 promoveerde ze op dit onderwerp, toen ze pas 24 jaar oud was. Sindsdien is ze zich blijven inzetten voor betere herkenning en preventie van hart- en vaatziekten bij vrouwen. In 2015 ontving zij de Corrie Hermann prijs van de Vereniging van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwelijke artsen voor haar werk op vrouw sensitieve geneeskunde.

Prof. Roeters van Lennep zette onder meer een speciale polikliniek op voor vrouwen met ernstige pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging) en is medeoprichter van het Women’s Health Research & Innovation Center in het Erasmus MC. Ze is actief binnen de European Atherosclerosis Society en werkt samen met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aan mondiale richtlijnen voor dyslipidemie. Haar werk richt zich op het verbeteren van de herkenning, preventie en behandeling van hart- en vaatziekten bij vrouwen, met bijzondere aandacht voor lipidenstoornissen zoals FH en verhoogd Lp(a).

Gerelateerde Links

  • European Atherosclerosis Society
  • Erasmus MC – Women’s Health Research and Innovation Center
  • IMPRESS Consortium
  • Lees ook ons artikel over het IMPRESS Consortium.
  • Kijk de video met Shirin Ibrahim van het Amsterdam UMC via Stichting LEEFH, zij legt in 5 minuten uit wat familiaire hypercholesterolemie is, hoe je ontdekt dat je het hebt en wat je eraan kunt doen.
  • Leer meer over verhoogd Lp(a) in een tweede video met Shirin Ibrahim van het Amsterdam UMC via Stichting LEEFH. In 6 minuten legt ze uit wat verhoogd Lp(a) betekent en wat de mogelijke gevolgen zijn.
  • Ontmoet jonge patiënten in de YouTube-serie van Stichting LEEFH over leven met FH. Hun verhalen maken zichtbaar wat erfelijke cholesterolstoornissen in het dagelijks leven betekenen.
  • Organisatie van zorg bij hypertensieve aandoening tijdens de zwangerschap (HAZ) – Richtlijn – CVRM na een reproductieve aandoening- Richtlijnendatabase
  • Women, lipids, and atherosclerotic cardiovascular disease: a call to action from the European Atherosclerosis Society | European Heart Journal | Oxford Academic
  • Lees ook ons artikel “Dr. Albert Wiegman over FH: kennis, hoop en vroege opsporing” (november 2025)
  • Lees verder in ons artikel “Wat vetten in je bloed ons vertellen over het vrouwenhart” (mei 2025).

Belangrijkste inzichten (Redactie Stichting VrouwenHart)

  • Vrouwengezondheid en het vrouwenhart kregen lang minder aandacht, maar staan steeds steviger op de agenda van zorg en onderzoek.
  • Een holistische blik helpt om verbanden beter te zien en om te voorkomen dat kennis opnieuw in losse hokjes terechtkomt. Samenwerking tussen verschillende specialismen is daarbij cruciaal.
  • FH kan bij vrouwen worden onderschat, bijvoorbeeld wanneer in families vooral mannen hart en vaatziekten hebben gehad.
  • Zwangerschap is een belangrijk cardiovasculair risicomoment. Complicaties zoals pre eclampsie verhogen het risico op latere hart en vaatziekten. In het gesprek komt ook terug hoe deze nazorg zich verder ontwikkelt en breder wordt georganiseerd, onder andere binnen PROACTIVE en via de richtlijnen Organisatie van zorg bij hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap (HAZ) en CVRM na een reproductieve aandoening (Richtlijnendatabase).
  • Internationale samenwerking en richtlijnontwikkeling verbreden het perspectief, door wereldwijde samenwerking kunnen inzichten worden gedeeld en vergeleken.
  • Het standaard meenemen van cyclus, overgang en zwangerschap in anamnese en diagnostiek is belangrijk.
  • Patiëntparticipatie: ervaringsdeskundigen en patiëntenorganisaties zoals Stichting VrouwenHart helpen onderzoeksvragen beter te laten aansluiten en dragen bij aan kennisverspreiding.

Interview Prof. dr. Jeanine Roeters van Lennep, woensdag 10 december 2025 door Renate Kaal-Poppelaars.

Er is met hart en ziel aan dit artikel gewerkt. Het eigendom ligt dan ook bij Stichting VrouwenHart. We stellen het zeer op zeer prijs als u ons helpt om deze informatie te verspreiden. Doe dat dan alstublieft via de knoppen onder dit artikel. Dan blijft onze naam erbij staan en kunnen geïnteresseerden de rest van onze informatie ook vinden. Mocht u dit artikel op een andere manier willen verspreiden: dat kan ook, maar wel in overleg. Neem dan even contact op met redactie@vrouwenhart.nl . Elke andere wijze van kopiëren of verspreiden is niet toegestaan. Alle columns, interviews en andere redactionele artikelen op deze website zijn eigendom van Stichting VrouwenHart. Deze mogen NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van onze redactie.


Categorie: Onderzoek, VrouwenHart nieuws, VrouwenHart Professionals Tags: Albert Wiegman, Angela Maas, Antoinette Maassen van den Brink, cardiovasculaire preventie, Cholesterol, Cyclus, Erasmus MC, Erik Boersma, European Atherosclerosis Society, Familiaire hypercholesterolemie, FH, gendersensitieve zorg, Hartstichting, Hester den Ruijter, holistische zorg, Hugo van der Kuy, IMPRESS-consortium, Janneke Mulder, Jeanine Roeters van Lennep, Kirsten Holven, lipoproteïne(a), LP(a), Marte van der Bijl, Maryam Kavousi, misinformatie, nazorg, overgang, pre-eclampsie, PROACTIVE-consortium, Rotterdam Studie, Sanne Peters, Shirin Ibrahim, Statines, Stichting VrouwenHart, vrouwenhartgezondheid, vrouwenhartzorg, WHO, Yolanda Appelman, zwangerschap en hart

Zoeken op deze site

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primaire Sidebar

Volg ons op Social Media

Vrouwenhartverhalen

VrouwenHartinterview met Antoinette Hommelberg

Het VrouwenHartinterview is een reeks gesprekken met zorgprofessionals én, dat is nieuw, ervaringsdeskundigen. Antoinette Hommelberg bijt het spits af en zij vertelt hoe zij omgaat met coronaire vaatdysfunctie ofwel CMD. Vroeger managede ze de agenda van haar managers. Nu managed ze haar eigen agenda. Werken lukt niet meer door de moeheid en vaatspasmes. Desondanks staat […]

Draag die Band deel 3; Je tweede leven al tien jaar mogen vieren

Dat mag ik dit jaar tegen alle verwachtingen in doen. In februari 2014 ben ik bevallen van mijn tweede zoon. Een snelle niet gecompliceerde bevalling, waarna ik echt genoten heb van de tijd die kwam met ons gezin. Zoals gewoonlijk ging ik na tien weken weer lekker aan het werk als ondernemer en was ik druk […]

More Posts from this Taxonomy

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

We houden je op de hoogte van de laatste berichten

Dit e-mailadres zal uitsluitend gebruikt worden voor de nieuwsbrief van VrouwenHart.nl.

Archieven

  • januari 2026 (2)
  • december 2025 (1)
  • november 2025 (8)
  • oktober 2025 (7)
  • september 2025 (4)
  • augustus 2025 (1)
  • juli 2025 (8)
  • juni 2025 (6)
  • mei 2025 (2)
  • maart 2025 (5)
  • februari 2025 (1)
  • januari 2025 (2)
  • december 2024 (1)
  • oktober 2024 (1)
  • september 2024 (3)
  • augustus 2024 (1)
  • juli 2024 (1)
  • juni 2024 (2)
  • mei 2024 (4)
  • april 2024 (1)
  • maart 2024 (1)
  • februari 2024 (2)
  • januari 2024 (3)
  • december 2023 (3)
  • november 2023 (2)
  • oktober 2023 (2)
  • september 2023 (4)
  • augustus 2023 (3)
  • juli 2023 (1)
  • april 2023 (1)
  • maart 2023 (3)
  • januari 2023 (1)
  • december 2022 (2)
  • november 2022 (2)
  • oktober 2022 (9)
  • september 2022 (3)
  • juli 2022 (9)
  • juni 2022 (4)
  • april 2022 (6)
  • februari 2022 (2)
  • januari 2022 (1)
  • december 2021 (6)
  • november 2021 (8)
  • oktober 2021 (8)
  • september 2021 (6)
  • augustus 2021 (6)
  • juli 2021 (8)
  • juni 2021 (9)
  • mei 2021 (13)
  • april 2021 (4)
  • maart 2021 (10)
  • februari 2021 (11)
  • januari 2021 (1)
  • december 2020 (13)
  • november 2020 (13)
  • oktober 2020 (9)
  • september 2020 (18)
  • augustus 2020 (15)
  • juli 2020 (2)
  • juni 2020 (14)
  • mei 2020 (14)
  • april 2020 (17)
  • maart 2020 (15)
  • februari 2020 (20)
  • januari 2020 (18)
  • december 2019 (17)
  • november 2019 (13)
  • oktober 2019 (23)
  • september 2019 (14)
  • augustus 2019 (5)
  • juli 2019 (2)
  • juni 2019 (5)
  • mei 2019 (9)
  • april 2019 (8)
  • maart 2019 (9)
  • februari 2019 (6)
  • januari 2019 (11)
  • december 2018 (7)
  • november 2018 (3)
  • oktober 2018 (5)
  • september 2018 (4)
  • augustus 2018 (4)
  • juli 2018 (4)
  • juni 2018 (2)
  • mei 2018 (2)
  • april 2018 (5)
  • maart 2018 (1)
  • februari 2018 (1)
  • december 2017 (1)
  • november 2017 (2)
  • oktober 2017 (1)
  • september 2017 (1)
  • juli 2017 (1)
  • juni 2017 (1)
  • mei 2017 (1)
  • februari 2017 (2)
  • december 2016 (1)
  • oktober 2016 (1)
  • mei 2016 (2)
  • januari 2016 (1)
  • december 2015 (1)
  • mei 2015 (1)
  • augustus 2014 (1)
  • januari 2014 (1)
  • maart 2012 (1)

Nieuwsbrief

Berichten

  • Coronaire Vaatdysfunctie
  • FMD
  • Hartfalen
  • Hartritmestoornis
  • Kalender
  • Onderzoek
  • SCAD
  • Sticky
  • VrouwenHart Cardiologen
  • VrouwenHart nieuws
  • VrouwenHart Professionals
  • VrouwenHart verhalen
  • Wie zijn wij :
  • Zwangerschap

Footer

Zoeken op deze website

Of zoeken op categorie

  • Coronaire Vaatdysfunctie
  • FMD
  • Hartfalen
  • Hartritmestoornis
  • Kalender
  • Onderzoek
  • SCAD
  • Sticky
  • VrouwenHart nieuws
  • VrouwenHart Professionals
    • VrouwenHart Cardiologen
  • VrouwenHart verhalen
  • Wie zijn wij :
  • Zwangerschap

Recente berichten

  • Vrouwenhartzorg die meebeweegt, een gesprek met Jeanine Roeters van Lennep 8 januari 2026
  • Uitnodiging 5 jarig bestaan van Stichting VrouwenHart 9 februari 2026 6 januari 2026
  • Bruggen bouwen in gendersensitieve zorg: een gesprek met Paula Mommersteeg 2 december 2025
  • Interview met Anilka Zwartjes, verpleegkundig specialist cardiologie bij Stichting Cardiologie Amsterdam. 26 november 2025
  • VrouwenHart interview met onderzoeker Dr. Rimke Vos 23 november 2025
  • Cardiologen die gespecialiseerd zijn in het vrouwenhart 17 november 2025

Vrouwenhart.nl is een initiatief om alle informatie over het vrouwenhart in een oogopslag beschikbaar te maken. We delen hier onze ervaringen maar ook onze kennis die we hebben opgedaan en nog dagelijks opdoen ten gevolge van hartproblemen.

Onwetendheid kan een levensgroot gevaar betekenen voor vrouwen met hartproblemen. Wij zijn geen artsen maar ervaringsdeskundigen en zo dient wat we hier plaatsen ook gelezen te worden.

Vrouwenhart is als Stichting ingeschreven onder KvK nummer 80483852 en RSIN861697764.

Rekeningnr NL 70 RABO 0363 3283 00 t.n.v. Stichting VrouwenHart

  • Stichting Vrouwenhart
  • Statuten van Stichting Vrouwenhart
  • Privacybeleid

Copyright © 2026 · Vrouwenhart.nl · Beheerd door Werkend Webdesign